MRI (7/8 – 15/8) [17/08/2006]
Bij voorbaat excuses voor de lengte.
Met de nieuwe pijnstilling is de pijn goed onder controle. Ik merk eigenlijk niets meer van de pijn in mijn rug. Behalve wanneer ik wat langer loop, dan krijg ik wat pijn in mijn schenen. Bij zo’n wervelinzakking is het meestal zo dat de pijn na vier tot zes weken uit zichzelf weer verdwijnt. Het lichaam is dan ‘gewend’ aan de nieuwe situatie in de rug.
Eigenlijk voel ik me wel prima. Ik ben lekker bezig op de computer en kom de dag wel door. Alleen slaap ik wat slecht, dit komt door de medicijnen die ik slik en ik maak me uiteraad toch wel wat zorgen over mijn rug. Dinsdags wordt er dus maar eens met het ziekenhuis gebeld over hoe het staat met die MRI. Er is inmiddels bijna een week verstreken en er zouden binnen een week foto’s worden gemaakt. Het blijkt vrij druk te zijn op de MRI afdeling, maar vandaag nog wordt de nieuwe planning gemaakt en we worden dan gebeld zodra ze weten wanneer ik kan komen.
Woensdag wordt er vervolgens om vijf over half vier gebeld: of we om vier uur op het ziekenhuis kunnen zijn? Da’s wel heel snel ineens! Gelukkig wonen we zo dichtbij dat we vier uur nog gewoon gaan halen ook. Snel de auto ingestapt en naar het ziekenhuis gesjeesd en naar de MRI afdeling gegaan. Netjes gemeld en nog geen drie minuten later werden we al binnengeroepen.

De MRI-tunnel: klein en lawaaierig.
Een MRI-scan is een scanmethode waarbij ze met een heel sterk magneetveld de waterstofmoleculen in je lichaam laten draaien, deze draaiing is met het apparaat te zien. De dichtheid van de waterstofmoleculen in je lichaam varieerd sterk van weefsel tot weefsel, waardoor met zo’n scan heel precies is te zien hoe de boel er van binnen uitziet. Bij zo’n scan kom je dan in een hele smalle tunnel te liggen waar je tergend langzaam doorheen schuift terwijl er telkens een foto van een ‘plakje’ lichaam wordt gemaakt. Je moet bij de scan goed opletten dat je niets, maar dan ook helemaal niets van metaal op je hebt, want dat magnetische veld is heel erg sterk en knopen enzo zijn dan erg vervelend. Maar ook implantaten/pacemakers zijn een probleem of bijvoorbeeld mensen met een metaalsplintertje in hun oog. Gelukkig ben ik metaalvrij en kon ik dus gerust gescand worden. Het is wel een vrij vervelende bedoening, want het is heel erg klein (je kunt ongeveer 20 cm voor je zien), je moet lang doodstil blijven liggen (en dan krijg je kramp) en het maakt een hoop herrie (hele luide tikken en knalletjes, gelukkig kreeg ik wel oordopjes). Na de scan, die zo’n 25 minuten duurde, was ik ook nog eens behoorlijk duizelig. Later bleek dat vaker voor te komen, maar de man die mij had uitgelegd wat de MRI was en wat erg ging gebeuren, was dat vergeten te melden. Dus een beetje wiebelig weer terug naar huis.
Vrijdag was het weer tijd voor de chemo. Jongens, jongens, jongens, wat had ik daar geen trek in. Wéér geprikt worden en dan wéér zo’n k*tinfuus dat dan wéér belachelijk zeer gaat doen, en dan moet er wéér dagen gekoeld en gesmeerd worden. Gatver! Nog nooit ben ik met zo veel tegenzin naar het ziekenhuis gegaan.
Eenmaal aangekomen was de afspraak bij de arts netjes op tijd en de bloedwaardes waren bijzonder goed. Er was nog geen uitslag van de MRI, die krijgen we dinsdag. Na de afspraak met de dokter hadden we nog ruim een half uur voor we verwacht werden op kortverblijf, dus heb ik in de boekenwinkel in het ziekenhuis een leuk leesboek uitgezocht. Daarna door naar boven. Ik probeerde een beetje te verbergen hoe weinig zin ik had, want daar hebben anderen ook niets aan; een chagrijnige patiënt. Vrij snel was ik aan de beurt en het prikken ging erg goed. Er werd een vat in mijn linkerarm genomen dat nog niet vaak is gebruikt, dat zou misschien wat minder last hebben van de chemo. Chemo werd aangesloten en verdund. Kwartier later, geen problemen, half uur later, geen problemen, infuus ingelopen, geen problemen. Wat een opluchting! Deze ader is een fijne! Helemaal opgelucht eerst nog een broodje gegeten en toen terug naar huis. Later ook geen last meer gehad van mijn aderen.
Dinsdag weer naar de dokter, voor de uitslag van de MRI en een beenmergpunctie (oh ja, die hadden we ook nog). Uit de MRI bleek niet veel nieuws, de boel is behoorlijk ingezakt en is er sprake van flinke osteoporose (botontkalking) en er zijn een aantal thorax en lende wervels ingezakt (dat is bovenin en helemaal onderin de rug). Dat is dus wel een verklaring waarom ik in een paar maanden zes(!) cm gekrompen ben. En ik was al niet zo groot
. Helaas was het rapport van de MRI verder niet zo uitgebreid, dus weinig details. Er zijn in ieder geval geen hele rare dingen op te zien geweest, want dan had dat er wel bij gestaan.
Toen was het tijd voor de beenmergpunctie met zuster ‘Pen’. Op de hematologiepolie loopt vaak een hele aardige zuster rond met een grote rode pen in haar borstzak. Zo heb je altijd een pen bij je, is het motto, en het is een reminder aan een inzamelingsactie voor pennen voor kansarme kids in derdewereldlanden, iets simpels als een pen, maakt al een heel verschil: dan kun je schrijven en naar school! Dus: als je bij me op bezoek komt neem pennen mee, dan doneer ik die weer door! Zuster Pen ging deze keer assisteren bij de beenmergpunctie. Dus ik ga weer naar het beruchte kamertje, deze keer wil ik eens aan de andere kant geprikt worden, dus ik ga andersom in het bed liggen. Deze keer wordt de punctie door een andere arts gedaan. Het is ondanks de pijnstilling te merken dat de rugklachten echt nog niet over zijn; de spieren in mijn rug zijn heel gevoelig en waarschijnlijk dus overbelast, maar dat komt als het goed is, wel weer goed. Eerst weer die vervelende verdoving, maar deze keer iets minder vervelend, want deze arts verdoofd van binnen naar buiten; eerst de spuit er helemaal in en dan ‘achteruit’ verdoven. Dit is een stuk prettiger dan de ‘duw-spuit-duw-spuit-duw-spuit’-methode, maar natuurlijk nog steeds geen pretje. Dan komt de punctie. De naald gaat probleemloos naar binnen, iets te probleemloos eigenlijk. De arts hoeft helemaal niet hard te duwen om door het bot te komen, dat komt natuurlijk door de botontkalking, maar toch is het niet fijn. En dan het opzuigen van materiaal: au! Dat doet zeer! Gelukkig is het snel voorbij. De punctie viel me mee. Even later neemt zuster Pen nog wat bloed af en mag ik al weer naar huis.

De gevolgen van osteoporose. Ik ben inmiddels belandt bij het middelste plaatje en daar stopt het ook!
Nu is het afwachten op de uitslag. Men verwacht niets geks, maar mocht er toch wat zijn, dan hoor ik heb voor het weekend. Ook hebben we besloten om snel een mensendieck (da’s een soort fysiotherapeut, maar dan één die niet aan je zit) in gaan te schakelen om mij te helpen met het omgaan met de osteoporose. Ik moet er nu toch echt aan gaan geloven. Het is nu namelijk heel belangrijk dat de situatie met mijn rug niet nog verder verslechterd en dat ik de huidige situatie optimaal benut, want mijn houding is nog steeds vrij bagger en dat kan dus beter.
