Zwarte netnylons… (2/11 – 20/11) [20/11/2006]
Toen ik weer thuis was na de hartproblemen dacht ik dat ik nu alle shit wel had gehad. Helaas, nog meer shit was onderweg. Langzaam ging mijn been namelijk steeds meer zeer doen, in plaats van minder. Het deed echt behoorlijk veel pijn en ik had grote problemen met lopen (of eigenlijk strompelen). Dus donderdag maar weer ‘ns naar de EHBO, om er naar te laten kijken. De baliemedewerkster: “Kloppen al je gegevens nog?” Ik: “Ja. Er is sinds afgelopen dinsdag niets veranderd.” Zucht. — Enkele minuten later worden we binnen geroepen. Ik het probleem uitgelegd. Eerst heeft een arts in opleiding er naar gekeken, toen een wat hardhandige cardioloog. Conclusie: het ziet er op zich niet ernstig uit, het zou misschien een trombose kunnen zijn (een bloedstolsel in een bloedvat, dat het terugstromen van bloed belemmerd en pijnklachten geeft). Mijn rechterbeen was niet veel dikker dan de linker en m’n kuit was niet hard, terwijl dat meestal wel zo is bij trombose. Er zou wel een echo gemaakt kunnen worden van het been, maar dat had waarschijnlijk weinig zin. Als het veel pijn deed, gewoon paracetamol nemen. Het zou vanzelf weer over moeten gaan. Dus zijn we maar weer naar huis gegaan. Helaas ging mijn been met de dag meer pijn doen, tot ik er zelfs niet meer op kon staan. Een hoop pijnstilling er tegenaan, desondanks veel pijn. Ben ik verdorie weer een soort kreupele!
De dinsdag erop hadden we een afspraak met mijn eigen arts. Ik moest erheen gereden worden in een rolstoel van het ziekenhuis, want ik kon zo’n afstand door het ziekenhuis echt niet lopend afleggen. De arts wilde zeker een echo laten maken om te kijken of er sprake is van trombose, want napijn van een hartcatheterisatie hoort gewoon over te gaan. Dus na de afspraak naar de röntgenafdeling gerolt. Aldaar werd er, met zo’n apparaat waar men ook foetussen mee bekijkt, gekeken of er een trombose zat. De arts in opleiding die mij eerst had onderzocht wist het niet helemaal zeker, dus ze liet de ‘hoofdarts’ even kijken. Er bleek een fikse tombose te zitten van mijn knie tot bovenaan mijn been, maar het vat zat niet helemaal dicht, waardoor mijn been niet heel dik of hard werd. De tromus is verooraaakt door de hartcatherterisatie, dat komt wel eens voor als complicatie bij deze behandeling. Klote, klote, klote! Dat heb ik weer! Alsof ik nog niet genoeg mankeer (zie ‘flow chart’)!

De trombose betekent een behandling met nog meer medicijnen om mijn bloed te ontstollen (zodat de trombus niet verder aangroeit en het lichaam hem zelf af kan bereken) en een elastische kous om mijn been, dat helpt tegen latere problemen. Maar voordat er een kous aangemeten kon worden, moest mijn hele been eerst gezwachteld worden (elastisch verband er omheen), zodat het been kon slinken. Mijn been was namelijk wel iets verdikt door de trombose. Als mijn been dan geslonken was, kon ik een kous aangemeten krijgen. Dat hele gedoe duurt dan drie maanden, waarna ik mag stoppen met de medicijnen en ik een kous krijg voor alleen mijn onderbeen. Die moet ik dan nog twee jaar dragen. Dus ik dezelfde dag nog in de zwachtels. Het mag niet nat worden, dus ik moet douchen met een speciale zak om mijn been. De zwachtels kunnen ook niet zomaar af, dus ook ’s nachts met de zwachtels aan slapen. Twee keer per week naar het ziekenhuis voor het omdoen van nieuwe zwachtels. Daarnaast was de eerstvolgende ‘kousenpoli’ (dan worden kousen aangemeten) vol dus werd het een week later, maar toen konden wij niet. Dus besloten we later dat het maar op een andere plek gedaan moest worden, omdat het anders wel erg lang zou gaan duren. Een bedrijf in Leiden had de donderdag erop wel plaats, dus konden we daar langskomen.
Ook de medicijnen begonnen gelijk, eerst een combinatie van fraxodie injecties en marcoumar tabletjes, om mijn bloed snel te ontstollen. Na enige tijd kunnen de injecties dan gestopt worden. Ook komt de trombosedienst een paar keer langs om te prikken, om de dosering marcoumar te bepalen. — Al na drie dagen mochten de injecties stoppen, want ik ontstol blijkbaar gemakkelijk. Ook de dosering marcoumar ging flink naar beneden. Al met ongeveer om de dag een halve tablet, ben ik voldoende ontstolt. Dat scheelt, weer een hoop prikken en tabletten.
De maandag erop weer nieuwe zwachtels. Mijn been deed al veel minder zeer. De zuster die mij deze keer holp had erg veel medelijden met me, zo jong al hartklachten en dan ook nog trombose! Arme jongen. Toen ik vertelde dat ik ook al een jaar in behandeling was voor leukemie, was ik helemaal zielig… Toen kwam er ook ineens plek op de kousenpoli van dinsdagmiddag.
Ik werd er wel even tussengeplaats. Dus dinsdagmiddag naar de kousenpoli. De zwachtels er weer af gehaald, voor het opmeten van mijn been. Een meneer kwam met zijn meetlintje netjes mijn been opmeten en wist mij te vertellen dat ik een standaardkous aankon. (Volgens mijn vader heb ik dus een confectiebeen…) Deze maat kous was ook nog eens op voorraad bij het bedrijf dat ze levert, dus daar konden we meteen langs. Na enige ruzie met de parkeerautomaat, gingen we de hulpmiddelenwinkel binnen. De kous lag al klaar. Mijn vader informeerde nog of ze toevallig ook zwarte netnylons voor me hadden. Die hadden ze niet. Gelukkig maar.
Er werd mij nog even geleerd hoe je zo’n strakke kous aantrekt. Toen naar huis. Dat was dus ineens heel snel geregeld. Ik heb nog geen week ik zwachtels gezeten, dat is erg kort, want vaak moet zo’n kous op maat worden gemaakt en dat kost ongeveer twee weken. Dus toch nog een gelukje bij een ongeluk. Deze kous kan namelijk gewoon af bij het douchen en slapen. Dus dat scheelt weer.

De elastische kous die ik nu moet dragen is net iets minder sexy.
Verder ben ik nu weer erg moe, ik slaap erg veel. Vandaar ook dat deze post nogal lang op zich liet wachten.
Ik hoop in ieder geval dat er nu een hele tijd niets te schrijven valt en dat de volgende post lekker kort is.
