Uitleg leukemie [30/03/2006]
Het heeft mij ook even wat tijd gekost om uit te vinden wat er nu precies mis gaat in het lichaam bij leukemie, maar het is nu gelukt. En ik ga het uitleggen, maar dan moet ik eerst ‘even’ uitleggen hoe ons bloed in elkaar steekt.
Bloed bestaat uit veel verschillende stoffen en cellen. 55% van het bloed is bloedplasma, dit bestaat grotendeels uit water en bevat verder allerlei mineralen, vitamines, vetten, suikers en eiwitten. De overige 45% bestaat uit bloedcellen. Er zijn drie hoofdgroepen bloedcellen: witte bloedcellen, rode bloedcellen en bloedplaatjes. Al deze bloedcellen worden in het rode beenmerg gevormd (er bestaat ook geel beenmerg, maar dit heeft geen duidelijke functie). Rood beenmerg bevindt zich voornamelijk in het heupbot, de ruggenwervels, de ribben en het borstbeen. In het rode beenmerg zitten bloedstamcellen. Stamcellen zijn cellen die zich kunnen doorontwikkelen tot verschillende soorten cellen. Bloedstamcellen kunnen zich tot twee soorten voorlopercellen ontwikkelen (lymfoïde en myeloïde) die zich op hun beurt weer in verschillende soorten bloedcellen ontwikkelen, zie afbeelding. Als deze cellen zich hebben ontwikkeld worden ze in de bloedbaan opgenomen, via het bloed dat door de beenderen stroomt.

De verschillende bloedcellen hebben de volgende functies:
- Witte bloedcellen (leukocyten): een verzamelnaam voor verschillende (relatief grote) bloedcellen die samen het afweermechanisme regelen.
- Granulocyten: bijna twee derde van de witte bloedcellen zijn granulocyten. Ze bevatten kleine korreltjes (granulen) en er zijn drie verschillende soorten, met uiteenlopende functies:
- Basofiele granulocyten: bevatten histamine en andere stoffen die vrijkomen bij het in aanraking komen met allergenen (stoffen die een allergische reactie veroorzaken).
- Eosinofiele granulocyten: regelen de binding tussen antistoffen en allergenen.
- Neutrofiele granulocyten: ruimen na een allergische of ontstekingsreactie afvalstoffen op.
- Monocyten: groeien in het bloed uit tot macrofaag, dit is een grote cel die bacteriën onschadelijk maakt door ze in zichzelf op te nemen (beter bekend als ‘eetcellen’).
- B-lymfocyten (B-cellen): maakt antistoffen aan tegen bacteriën, virussen en andere ziekteverwekkers.
- T-lymfocyten (T-cellen): een deel van deze cellen (T-killercellen) vallen de ziekteverwekkers aan, andere cellen (T-helpercellen) helpen de T-killercellen door bijvoorbeeld aanvoer van antistoffen.
- Rode bloedcellen (erytrocyten): vervoer van zuurstof en kooldioxide voor de zuurstofvoorziening van het gehele lichaam.
- Bloedplaatjes (trombocyten): zijn de kleinste bloedcellen. Bij een wondje zwellen ze op en worden ze plakkerig, ze kleven aan elkaar en vormen zo een korstje dat het wondje dicht.
Tot zo ver het bloed. Kan iedereen het nog volgen? Dan nu wat dit te maken heeft met leukemie!
Leukemie is eigenlijk kanker in het beenmerg. Dit zorgt voor een fout in de productie van bloedstamcellen, hierdoor ‘rijpen’ ze niet voldoende. Dat betekent dat de cellen stoppen met ontwikkelen wanneer ze in het stadium van voorlopercel zitten. Er zijn vier soorten leukemie: acute lymfatische leukemie (ALL), chronische lymfatische leukemie (CLL), acute myeloïde leukemie (AML) en chronische myeloïde leukemie (CML).
Het verschil tussen acute en chronische leukemie is hoe het ontstaat: acute leukemie geeft veel sneller klachten dan chronische leukemie. Bij acute leukemie wordt het bloed binnen enkele weken zeer slecht. Bij chronische leukemie kan dit jaren duren. Chronische leukemie ontstaat zo langzaam doordat er nog veel bloedstamcellen wél uitgroeien tot volledige cellen, bij acute leukemie is dat bijna niet meer zo. Nederland kent zo’n 1200 gevallen van leukemie per jaar, waarvan ongeveer 700 acuut. De ziekte treft vooral jonge kinderen (voornamelijk de ALL-vorm) en ouderen (voornamelijk de AML- of CML-vorm).
Het verschil tussen lymfatische en myeloïde leukemie wordt bepaald door welke voorlopercel zijn ontwikkeling eerder stopt. De andere soort voorlopercellen groeien dan wel gewoon uit tot volledige bloedcellen.
Toch word bij elke vorm van leukemie de productie van alle soorten bloedcellen heel erg laag. Eerst neemt het aantal werkende bloedcellen van de getroffen voorlopercel af, omdat deze voorlopercellen niet meer uitgroeien tot een werkende cel. Het lichaam ‘merkt’ dit en zorgt ervoor dat de bloedstamcellen sneller gaan delen en zo ontstaan nog meer foutieve voorlopercellen. Hierdoor raakt het beenmerg langzaam verstopt met deze voorlopercellen. Dit verhinderd ook de productie van andere bloedcellen enorm, waardoor het aantal van die soorten bloedcellen snel afneemt. Als het beenmerg eenmaal verstopt zit met voorlopercellen, wordt het overschot aan voorlopercellen via de bloedbaan verder verspreid over het hele lichaam en na verloop van tijd opgeslagen in de lever en milt (ze horen namelijk niet in de bloedbaan). Het lichaam zal de cellen niet zomaar afvoeren via de urine of ontlasting, omdat ze lichaamseigen zijn: het zijn cellen die niet als vijandig of overbodig worden herkent. Ondertussen neemt het aantal werkende cellen snel af, omdat deze allemaal een beperkte levensduur hebben. Dit geeft een hoop vage klachten, o.a.: bleke huid, vermoeidheid, snel buiten adem raken, verhoogde hartslag, hartkloppingen, verhoogde vatbaarheid voor infectieziektes, snel blauwe plekken, wondjes helen bijna niet en (in vergevorderd stadium) opgezette lever en milt.

Als leukemie wordt geconstateerd, wordt dit behandeld met chemotherapie. Dat bestaat uit toediening van medicijnen die sneldelende cellen kapot maken en in sommige gevallen bestraling. Hierdoor zullen de bloedstamcellen worden vernietigd en zo wordt de productie van bloedcellen bijna volledig gestopt. Het beenmerg zal dan nieuwe bloedstamcellen aanmaken, die wel goed werken.
Het probleem is echter dat de medicijnen die gebruikt worden bij chemotherapie (cytostatica) aspecifiek zijn. Dat wil zeggen dat ze alle soorten sneldelende cellen kapot maken, dus ook (o.a.) haar-, huid- en wangslijmvliescellen. Hierdoor verlies je je haar, je huid wordt aanzienlijk dunner en het wangslijmvlies wordt gevoelig en ontsteekt snel. Cytostatica geven daarnaast veel bijwerkingen, de meest voorkomende zijn misselijkheid/braken en vermoeidheid, maar bijna elke bedenkbare bijwerking kan voorkomen (van huiduitslag tot verlammingsverschijnselen).
Cytostatica zijn eigenlijk gifstoffen en worden door het lichaam ook zo behandeld. Het lichaam zal daarom enorm haar best doen om deze stoffen te verwijderen via nieren en lever, hierdoor kunnen de nieren en lever ernstig beschadigd raken. Het is dus de ‘truc’ om een dosis en combinatie medicijnen te geven die de bloedstamcellen goed aanpakken, maar waar je geen permanente schade aan overhoud.

De behandeling van leukemie met cytostatica duurt lang: zes maanden tot drie jaar. Dit komt doordat één overlevende foutieve bloedstamcel in principe voldoende is om de ziekte weer terug te laten komen. De kans dat de ziekte terug komt na de eerste behandeling is dan ook zeer groot, ook als de aanwezigheid van de ziekte niet meer aangetoond kan worden. Na de volledige behandeling is de kans dat leukemie terug komt nog altijd aanwezig, alleen is deze kans veel kleiner.
Als je nog vragen hebt, kun je me emailen: alex [@] smakkie [.] com (zonder spaties of haakjes).
Tot zo ver deze educatieve mededeling.
